Voor de buren

OnsHuisThis page contains information in Dutch for my neighbors regarding my hamradio hobby and specific about the placement of the antenna on the roof.

Onderstaande informatieve tekst is gebaseerd op een artikel wat geschreven is door Roland Boerboom Zendamateur PD2RLD voor zijn buurtbewoners.

Ik wil Roland graag bedanken voor het toestaan de tekst te mogen overnemen en aan te passen voor mijn situatie.

Informatie voor de buurtbewoners die rondom mijn huis wonen.

Antennes, vaak ontsieren ze de woonwijk, buurtbewoners zijn er vaak niet blij mee. Een enkeling maakt zich zorgen, want je hoort zoveel rare dingen over straling en dat die schadelijk is. Maar in de tussentijd zijn er ook mensen die nieuwsgierig en vragen zich af op welke frequenties er wordt uitgezonden. Ook scanner luisteraars zijn altijd benieuwd welke frequenties er gebruikt worden en of deze te ontvangen zijn. Verschillende vragen en antwoorden vindt u terug op deze pagina, die speciaal voor de buurtbewoners is gemaakt.

Laten we bij het begin beginnen, de vraag die mij wel eens gesteld wordt als ik de voordeur uitstap of mensen tegenkom bij het wandelen met de hond is . . . .

Heb jij (nog) een antenne op het dak? . . .

. . . . Is dat nog wel van deze tijd? Iedereen kijkt toch televisie via de kabel, satelliet of middels IP-TV (TV via ADSL, Coax en/of glasvezel)? Nou iedereen zou ik niet willen zeggen, er zijn ook veel mensen die gebruik maken van Digitenne, en als ze geluk hebben kunnen ze de signalen goed ontvangen met een kleine binnenantenne.

Maar het  klopt, op mijn dak staat een antenne die ik gebruik voor mijn hobby zendamateurisme. Voor deze wereld omvattende hobby is wel een antenne nodig die liefst zo hoog mogelijk staat want radiogolven willen het liefst lekker naar de horizon kunnen reizen om zover mogelijk te komen maar ook wil hij hele zwakke signalen van andere zendamateur en/of radiostations op pikken. Maar dat is het niet alleen, als antennes dicht bij bebouwing staan pikken ze ook veel storingen die door moderne apparatuur wordt gegenereerd en daarom dient hij dan ook bij voorkeur hoog boven de daken uit te komen om naar de horizon te kunnen kijken. Met de huidige antenne opzet is dit het geval.

Maar mag dat dan ?

In het kort, het antwoord is ja. Tot een hoogte van 5 meter gemeten vanaf de snijlijn van het dak en/of indien de antenne op de grond geplaatst is, gemeten vanaf de grond is een antenne vergunningvrij. Voor een uitgebreidere uitleg over dit onderwerp en tekening zie het artikel van collega zendamateur Ben PA2OLD (klik hier om te openen).

Maar zend jij ook uit dan ? en mag jij dat ?

Op beide vragen is het antwoord ja. Dit mag ik omdat ik een zendvergunning heb waarvoor ik een examen heb moeten afleggen bij het ministerie van economische zaken. Deze examens toetsen of ik bekend ben met de technische, ethische en maatschappelijk verantwoordelijke kanten van het zendamateurisme. Door het slagen voor dit examen heb ik van het ministerie van economische zaken een vergunning gekregen die mij toe staat om te mogen zenden op bepaalde toegewezen frequenties . Tevens is elke radiozendamateur verplicht zijn antenne op te laten nemen in het landelijke antenneregister. Op de site van  Agentschap Telecom (AT) is een kaart te vinden met allerlei driehoekjes er op (klik hier om te openen). De donker-groene driehoekjes zijn van zendamateurs zoals ik. Dit betekent dus dat mijn antennemast geregistreerd en volledig legaal is.

Kan ik een plaatje bij jou aanvragen?

Helaas. In tegenstelling tot enkele andere mensen in de regio ben ik géén illegale radiopiraat. Om te zien wat zendamateurisme precies inhoud, kun je kijkenop de site van de Veron waar brochures en diverse video’s zijn te vinden over zendamateurisme. (klik hier om te openen).

Maar ik hoor van alles over schadelijke straling, hoe zit dat?

Al jaren is de discussie gaande of straling nou schadelijk is of niet. Ook de discussie rondom het moderne GSM/UMTS-netwerk is nog volop gaande. Mensen zouden van UMTS-straling allerlei verschijnselen krijgen zoals slecht slapen en duizeligheid. Verschillende nieuwsberichten in de media spreken elkaar tegen en de ene partij spreekt heeft geen goed woord voor de andere andere partij over.

Maar radiofrequenties behoren tot de zogenaamde niet-ioniserende straling. Dit betekent dat de radiogolven niet voldoende energie bevatten om elektronen uit een atoom vrij te maken en zo direct schade toe te brengen aan cellen in je lichaam. Ioniserende straling kan dat wel. Bij ioniserende straling moet je denken aan röntgen-, gamma- of radioactieve straling.

Volgens een drie jaar durende Britse Environmental Health Perspectives Study hebben GSM-masten geen invloed op de gezondheid van de omwonenden. Klachten zoals vermoeidheid, angst, duizeligheid, verhoogde bloeddruk, enz. worden niet veroorzaakt door de masten. De onderzoekers volgden 44 mensen met allerlei gezondheidsklachten die in de buurt van een GSM- en UMTS-mast wonen. Ze werden vergeleken met 114 andere personen die geen klachten hadden. De studie stelde vast dat veel mensen klachten hadden wanneer de GSM-masten niet functioneerden, en omgekeerd geen klachten hadden wanneer ze wel actief waren. Wanneer aan de deelnemers gezegd werd dat de masten actief waren, namen de klachten toe, ook al functioneerden de masten niet.  Volgens de onderzoekers zijn de klachten reëel maar worden ze niet veroorzaakt door de GSM-masten. De oorzaak van de klachten is eerder van psychologische aard: mensen geloven dat een GSM-mast en UMTS-mast een gevaar betekenen voor hun gezondheid, en ontwikkelen dan ook reële klachten.

Het is begrijpelijk dan mensen zich zorgen kunnen maken over dingen waar ze veel over horen en die ze niet zien. Maar vergeet niet dat radio communicatie al meer dan 100 jaar oud is en het gebruik van draadloze apparatuur heel erg diep is geworteld in onze moderne (informatie) maatschappij. Veel huishoudens een of meerdere DECT en/of GSM/UMTS telefoons, draadloze deurbellen, babyfoons, laptops en/of tablets met WIFI en ook dan ook een WIFI router (we kunnen niet meer zonder ons internet op de laptop, tablet, mobiel etc). Maar ook buitenshuis is er volop radiogolven activiteit, denk hierbij aan mobilefoon verkeer van hulpdiensten zoals politie, brandweer en ambulance. Of zelfs buiten de dampkring waar  satalieten continue radiogolven naar de aarde sturen met GPS informatie, televisie uitzendingen en nog veel meer andere telecommunicatie signalen.

Bovenstaande gebruikers staan 24/7 aan en zenden continue uit om hun verbinding te onderhouden met de andere gebruikers.

Even een paar feitjes :

  • Een UMTS telefoon  (1900 tot 2200 MHz) werkt met een vermogen tussen de 125 en 250 miliWatt (0,125 tot 0,25 Watt).

  • Een UMTS basis station  (1900 tot 2200 MHz) werkt met een gemiddeld vermogen van 20 Watt per straler (er zitten meerdere stralers in een antenne)

  • Een GSM telefoon (1800 MHz) werkt met een vermogen tussen de 125 en 1000 miliWatt. (0,125 tot 1,0 Watt)

  • Een GSM telefoon (900 MHz) werkt met een vermogen tussen de 250 en 2000 miliWatt (0,250 tot 2,0 Watt)

  • Een UMTS basis station  (1800 of 900 MHz) werkt met een gemiddeld vermogen van 10Watt per straler (er zitten meerdere stralers in een antenne)

  • Een DECT telefoon en zijn station (1880 tot 1900 MHz) werkt met een vermogen tussen de 125 en 400 miliWatt (0,125 tot 0,4 Watt )

  • Een Wifi router (en ook de wifi kaart in een computer) (2.4 en 5 Ghz) werken met een vermogen van gemiddeld 100 milliWatt (0,1 Watt)

De DECT telefoon met een zendvermogen van ongeveer 250 mWatt, houdt 100 x per seconde contact met het basis station om aan te geven dat hij er nog is en/of er een binnenkomende lijn is. De WIFI router die met zijn frequenties in de buurt van die van een magnetron zit, maar dan met een aanzienlijk lager zendvermogen (maximaal 100 mWatt), staat wel de hele dag aan in de rond te zenden om aan te geven dat hij beschikbaar is.

Maar hoeveel vermogen gebruik jij dan ?

Het gebruikte vermogen is vaak afhankelijk van de frequentie waar zendamateurs op werken en zenmateurs binnen Nederland hebben we in 2 categorieen namelijk Novice en Full License

Zendamateurs met een N licentie mogen werken (uitzendingen verzorgen) op de volgende frequenties met een maximum vermogen van 25 watt :

  • 7.050-7.1 Mhz (HF 40m)

  • 14.0-14.25 Mhz (HF 20m)

  • 28.0-29.7 Mhz (HF 10)

  • 144-146 MHz (VHF 2m)

  • 430-440 MHz (UHF 70cm)

Een klein technisch detail: het vermogen van een antennemast van een N licentie houders is nog minder dan de straling en warmte van een gloeilamp van 100 Watt geeft! Dit is dus ongevaarlijk voor mens en dier.

Zendamateurs  met een F licentie mogen werken (uitzendingen verzorgen)  op de volgende amateur banden (daarachter vermeld het maximaal vermogen wat een F licentie houder mag toepassen) :

  • 1.81-1.88 Mhz (HF 160m) (max 400 watt)

  • 3.5-3.8Mhz (HF 80m) (max 400 watt)

  • 7.0-7.2 Mhz (HF 40m) (max 400 watt)

  • 10.1-10.15 Mhz (HF) (max 400 watt)

  • 14.0-14.25 Mhz (HF 20m) (max 400 watt)

  • 18.068-18.168 Mhz (HF 17m) (max 400 watt)

  • 21.0-21.45 Mhz (HF 15m) (max 400 watt)

  • 24.89-24.99 Mhz (HF 12m) (max 400 watt)

  • 28.0-29.7 Mhz (HF 10m) (max 400 watt)

  • 50.0-52.0 Mhz (VHF 6m) (max 30 watt)

  • 70.0-70.5 Mhz (VHF 4m) (max 50 watt)

  • 144-146 MHz (VHF 2m) (max 400 watt)

  • 430-440 MHz (UHF 70cm) (max 400 watt)

Nu mogen zendamateurs met een F licentie ook op frequenties werken in het giga herz bereik (beginnende bij 1.24 Ghz oplopende tot zelfs 250 Ghz). Deze frequenties worden gebruikt voor heel gerichte experimenten met richt antennes met een maximum vermogen van 120 watt.

Nu zult u vermoedelijk wel schrikken van de regelmatig genoemde 400 watt. “Ja maar dat is wel 4 x een 100 watt gloeilamp”. Dat klopt, dat is ook zo. Maar de F licentie krijg je niet zo maar daar moet je een behoorlijk pittige studie voor doen en een even niet mals examen. En wat je daar ook bij leert is het verstandig toepassen van dat zendvermogen. b.v. een zendamateur zal er voor zorgen dat een argeloze passant of bezoeker in aanraking kan komen met zijn antenne installatie (net zo als de GSM zendmasten ook niet vrij toegankelijk zijn voor passanten en/of bezoekers). Ook wordt er naar gestreefd alleen het vermogen te gebruiken wat nodig is voor de verbinding en niet meer dan dat (waarom hard schreeuwen als de persoon waar je contact me hebt in de zelfde kamer staat?). Verder hebben deze grote vermogens pas effect als de antennes hoog,en dan bedoel ik heel hoog, boven de daken of het veld uitkomen. Anders zouden er zelfs reflecties op kunnen treden die de uitzending verstoren en daarmee de verbindingen verstoren.

Persoonlijk gaat mijn voorkeur uit naar het werken met beperkt vermogen, ook wel QRP genoemd (maximaal 10 watt), waarbij het meer op techniek en kennis aankomt dan gebruik groot zend vermogen. Dit is een zeer gewilde discipline in de zendamateur wereld. Veel N licentie houders hebben ook geen behoefte de overstap te maken naar de F licentie omdat met hun 25 watt maximum ze zonder problemen verre verbindingen kunnen maken op de aan hun vrijgegeven HF banden.

Voor de actuele banden en frequenties zie document gebruiksbepaling amateur frequenties vam het Agentschap Telecom (klik hier om te openen).

Moet ik uit de buurt van de antenne blijven?

 Niet meer dan nodig is (voorop gesteld dat je een goede reden hebt om op mijn dak te klimmen). In het algemeen is het verstandig om een antenne nooit aan te raken. Niet als hij bedoeld is voor ontvangst (het aanraken van de antenne veranderd de eigenschappen) en ook niet als er uitgezonden wordt (er zal altijd een beetje spanning op staan), maar verder is de antenne volstrekt ongevaarlijk. De vermogens die worden gebruikt zijn dermate klein dat er geen maximale afstand geldt tot de antennemast. Bij grote GSM-sites (plekken waar GSM/UMTS-antennes opgesteld staan) moeten de technici vaak wel afstand houden in orde van 50 centimeter tot enkele meters. Voor het publiek gelden deze regels vaak niet omdat GSM-antennes hoog in masten of windmolens hangen en je er dus nooit te dicht bij kan komen.

Waarom zit er een lus in de antennekabel vlak onder de hoge antenne?

Zoals je misschien is opgevallen staat de antenne op mijn dak niet altijd in de zelfde richting. Deze gemonteerd op een rotor zodat ik gericht kan werken op de VHF en UHF. Om deze draaiing mogelijk te maken is dus een zekere hoeveelheid bewegings vrijheid nodig met de kabel en de lus maakt dit mogelijk. Maar dat is niet het enigste, de gebruikte coaxkabel is kan door de gebruikte lengte vrij zwaar worden qua gewicht. Aan het einde van de kabel is een connector gemonteerd die vervolgens aan de antenne geschroefd zit. Hoewel de kabel wel aan de buis gemonteerd is, blijft deze door het gewicht wel naar beneden trekken. Door warmte in de zomer en kou in de winter kan de kabel ook nog enigszins gaan werken. In het uiterste geval zou de verbinding tussen de kabel en de connector dusdanig onder spanning komen te staan, dat de verbinding los schiet of dat de coaxkabel breekt. De lus vlak onder de antenne vangt deze krachten op en dus is het niet meer dan een zogenaamde ‘trekontlasting’ van de connector. De lus heeft verder geen invloed op de werking of de afstraling van de antenne.

Zend je continu uit?

Nee. In tegenstelling tot veel moderne draadloze huishoudelijke apparatuur, wordt er niet continue uitgezonden.  Tijdens een gesprek wordt er natuurlijk wel uitgezonden maar de uitzendingen zijn vaak erg kort. Hierbij is het vaak éénrichtingsverkeer: één zendamateur praat, de ander luistert en andersom. Tijdens gesprekken wordt de zender ingeschakeld (de duur hangt af van de hoeveelheid uit te wisselen informatie) en wordt er vervolgens weer uitgeschakeld om op ‘luisteren’ te gaan. Zo werkt het eigenlijk met alle vormen van communicatie in de zendamateurwereld. Soms worden er ter experiment wel eens full-duplex verbindingen opgezet in de hogere banden, maar daar doe ik niet aan.

Wat is jou zendbereik?

Het zendbereik van mijn antenne hangt af van onder meer de gebruikte frequentie. Bij VHF is deze onder normale omstandigheden is ongeveer 75 tot 100 kilometer rondom en bij UHF is dat wat minder. Maar bij warm weer bijvoorbeeld, kunnen er zogenaamde condities optreden waardoor het zendbereik bij VHF kan oplopen tot wel 1500 kilometer of zelfs meer! Dit komt door koude en warme luchtlagen in de atmosfeer en door de ligging van hoge en lagedrukgebieden. Condities komen geregeld voor, met name in de avonduren van een warme zomerdag, maar ook op een ijskoude winteravond kunnen er condities optreden. Het is moeilijk te voorspellen wanneer dit zal plaats vinden. Dit voegt wel een gedegen sport element toe aan de zendamateur hobby.

Een ander verhaal is het werken op HF. Hier treden condities regelmatiger op en kennen vaak een dag regelmaat (sommige frequenties werken beter bij dag, andere bij schemering en andere bij nacht). Wat ook belangrijk is, is het aantal zonnevlekken die minimum maximum cyclus hebben van ongeveer 11 jaar. Bij veel zonnen vlekken kunnen met hele kleine vermogens (vaak werk ik maar met 5 watt) hele grotere afstanden worden overbrugt tot wel 20.000 km gehaald worden.  Maar mede door het gebruik van zeer gevoelige ontvangers (vaak 100 tot 1000x gevoeliger dan de gemiddelde consumenten radio) en speciale antennes maakt het voor zendamateurs mogelijk signalen te ontvangen over zeer grote afstanden.

Tijdens een HF contest (wedstrijd voor zendamateurs die vaak 24 uur duren) in het weekend van 13/14 juli 2013 heb ik bij voorbeeld middels spraak gegevens uit kunnen uitwisselen met zendamateurs in Rusland en de Oekraine (afstand ruim 2200 Km) maar ook met een collega zendamateur die woont in La Palma op de Canarische eilanden (afstand ruim 3300 km). De helderheid van de spraak was tijdens die verbindingen vaak beter dan wat je met je moderne mobile telefoon hebt.  Maar in de tussentijd ben ik nog veel verder gekomen, zoals 9046 Km naar K6YRA in United States, 8221 Km naar V55V in Namibia, 7533 Km naar PT7ZT in Brazil en 4944 Km naar UB9UAT in Rusland (bij de grens met Mongolie). Een van de mooiste verbindingen die ik heb gemaakt was op 31 juli 2014 met de in Australia wonende Nederlander Henk Tobbe (VK2GWK) over een afstand van 16501 Km en wel met een antenne draad langs een vertikaal opgestelde 12m lange vishengel uit het dakraam van mijn zolder. Dit was mogelijk door een combinatie van condities en het juiste tijdstip op de dag (en natuurlijk een flinke dosis geluk).

Om het nog bonter maken werken veel zendamateurs met speciale modie die bedoeld zijn voor communicatie grote afstanden b.v. morse,  PSK31 etc waarmee je met heel weinig vermogen verbindingen maken over afstanden van soms wel meer dan 10 duizend kilometers. Mijn huidige record afstand is bijna 11484 kilometer in PSK31 naar LU9FFZ in Argentina.

In de afgelopen jaren zijn er ook meerdere nieuwe digitale modi bij gekomen zoals WSPR waarmee met minimale vermogens (denk aan 250 mW) onderzoek wordt gedaan naar propagatie paden waarbij de gegevens naar een centrale server worden gestuurd. Met deze gegevens kunnen zendamateurs realtime inzicht krijgen in verschillende propagatie vormen, maar ook wetenschappers maken veel gebruik van deze informatie. Afhankelijk van de gebruikte frequentie zijn afstanden van meer dan 20.000 kilometers niet ongebruikelijk. Met deze modi heb ik verbinding kunnen leggen met Nieuw Zeeland met een vermogen van ongeveer 250 mW.

Mocht u toch nieuwsgierig worden naar deze verbindingen, ik probeer periodiek logboeken te publiceren op QRZCQ, een website voor zendamateurs. Wil je mijn actuele logboek eens bekijken  klik hier om te openen of als je mijn oude logboek wilt bekijken (toen ik nog de call PD2LB had), klik hier om te openen

Ik hoor jou op mijn babyfoon / draadloze luidsprekers praten!

Het komt wel eens voor dat een gezin een babyfoon aanschaft en vervolgens van alles erop ontvangt, behalve hun baby! Babyfoons nog steeds gebruik van de LPD-band op de 70cm. Dit is een frequentiegebiedje tussen 433 en 434 MHz, wat vrij is voor toepassingen zoals draadloze deurbellen, babyfoons, koptelefoons en garagedeur-openers. De LPD-band wordt ook wel ISM-band genoemd en ligt op de 70cm-band (UHF).

Toeval wil, dat zendamateurs een zogenaamde “primaire status” hebben op de 70cm-band en wel tussen 430 en 436 MHz. De LPD-band valt hier dus precies in. De primaire status houdt in, dat zendamateurs dus recht hebben om op die frequenties te mogen zenden en dat niemand ze kan verplichten om een andere frequentie te gaan gebruiken.

Met andere woorden; mocht je een zendamateur op je babyfoon horen, dan kun je officieel niets doen. Je kunt geen klacht indienen bij Agentschap Telecom omdat zendamateurs de primaire status hebben. Veelal zijn babyfoons wat breedbandig in de ontvangst. Zo kan het dus zijn dat je signalen hoort terwijl ik op een totaal andere frequentie uitzend. Hier is helaas niets tegen te doen.

Mocht u overwegen een babyfoon of een draadloze luidspreker aan te schaffen, kijk dan apparatuur die werkt op de speciale telemetrie banden, 446 MHz of op 835 Mhz werken. Ook hebben Philips en ook andere merken zoals Alecto hebben babyfoons in het assortiment die werken met DECT technologie (zelfde als de moderene draadloze huis telefoons). Dit garandeerd een bijna nagenoeg ongestoorde werking. Ook zien we steeds meer babyfoons die op de 2.4Ghz band werken (vaak ook met video verbinding) en in de band van 863 tot 865 MHz. Voor meer info zie de brochure Vergunnings Vrijfrequentie gebruik van het Agentschap telecom (klik hier om te openen).

446 Mhz is de zogenaamde PMR-band alwaar speciaal voor deze toepassing 8 kanelen beschikbaar zijn (hoewel daar de meningen over verdeeld zijn en dan met name door de PMR portofoon gebruikers). Maak, indien het erop zit, gebruik van CTCSS. Dit is een speciaal coderingssysteem waardoor je alleen je eigen baby kan horen en verder geen andere uizendingen.

Hoewel ik over apparatuur bezit die uitzendingen op UHF mogelijk maken, werk ik het meest op VHF en HF. Dus de kans dat ik je mij hoort op een babyfoon is zeer klein. Dus de kans dat je van mij storing kunt hebben is dus minimaal.

Mocht je toch meer info willen en/of vragen hebben i.v.m. aanschaf, kun je natuurlijk altijd bij mij terecht.

Als ik jou kan horen op mijn babyfoon / draadloze luidspreker, kun jij onze babyfoon / draadloze luidspreker dan ook horen?

Dat kan idd. Sommige Babyfoons werken zoals gezegd op de LPD-band (433 Mhz) die binnen de 70cm amateur band vallen (zie hierboven). Steeds worden babyfoons gebruikt die werken op de PMR-band in het frequentiegebied 446.0 tot 446.1 MHz. Hier zijn 8 kanalen vastgesteld die dus worden gebruikt door babyfoons en walky-talkies (kleine goedkope portofoontjes). Deze 8 kanalen kan iedereen ontvangen met een scanner, portofoon of andere apparatuur. Geen zorgen, hoewel ik het kan ontvangen, luister ik bijna nooit op de PMR-band. Bovendien schakelt een beetje PMR-babyfoon alleen in als er ook daadwerkelijk geluid wordt waargenomen. Ik moet dan ook maar net op dát moment luisteren, dus de kans dat ik iets kan horen, is heel klein.

Kleine aanvulling op bovenstaande : de LPD, PMR en 835 Mhz band wordt niet alleen gebruikt voor porotofoons en/of babyfoons. Regelmatig pikt mijn scannende ontvanger (ik maak regelmatig een zogenaamde frequenties sweep om te kijken of er collega zendamateurs aan het werk zijn met nieuwe experimenten) het signaal van draadloze koptelefoons. Het toeval wil dat die apparaten (draadloze koptelefoon en intercoms) vaak glashelder uitzenden. Meestal hoor je het verslag van een voetbal wedstrijd, het journaal, een serie of een film. Maar soms ook zoals ze het in de folksmond noemen “natuurfilms”.

Ik heb storing! Dat komt door jou!

Ho ho! Niet gelijk gaan wijzen naar mijn antenne! Een veelgemaakte fout, die ook de klachtenafdeling van Agentschap Telecom erkend. Veel mensen gooien de storing gelijk op diegene die een antenne op het dak heeft staan.  Vergeet niet, ik ben bevoegd om uit te zenden, ik heb een examen moeten doen om mijn machtiging te krijgen en voor dat examen was kennis van zaken nodig. Daarbij moet ik me ook houden aan de voorschriften die gelden.

Veel voorkomende storingen die heden ten dagen voorkomen zijn de volgende :

Sommige mensen ondervinden soms op hun TV. Dit kunnen strepen zijn of bij digitale uitzendingen blok vorming. Ga dan eerst eens bij uzelf kijken. Een belangrijk onderdeel, zo niet het belangrijkste, is de bekabeling. Hoe is u TV aangesloten? Vaak zit er een goedkoop kabeltje tussen de CAI-contactdoos en de TV wat niet voldoende HF-dicht is zoals dat dan heet. Zo kunnen storingen makkelijk worden opgepikt door de kabel. Zorg dus voor goede afgeschermde bekabeling van dergelijke kwaliteit! Mocht u een klacht indienen bij Agentschap Telecom, dan zullen zij precies hetzelfde zeggen! Sinds de uitrol van UMTS in Nederland hebben diverse kabel abonees problemen met televisie ontvangst. Dit komt doordat de UMTS frequenties liggen in het spectrum van de vooral digitale kabeltelevisie en veel kabel televisie kabel niet genoeg HF dicht is voor inspraak (zie hierboven). Dan is er nog zogenaamde atmosferische storing die je soms wel eens ziet op TV. Deze storing wordt veroorzaakt door bepaalde hoge- en lagedrukgebieden die zendsignalen van radio en TV beïnvloeden. Veelal zie je dan rare diagonale strepen of stipjes door het beeld lopen of bij moderene digitale uitzendingen blokvorming. Dit heeft echter niets met mijn antenne te maken, het is een natuurverschijnsel wat na enkele dagen zal verdwijnen. In maart 2006 was er een dergelijke storing die zelfs ook radiozenders beïnvloedde.

Sommige mensen ondervinden soms op hun PC-speakers. Wat ik zelf ondervonden heb is dat PC-speakers ook flink kunnen storen. Helaas gelden er voor dit soort speakers niet echt richtlijnen. Een stofzuiger moet bijvoorbeeld voldoen aan bepaalde eisen, zodat deze immuun is voor stoorsignalen. PC-speakers hoeven dit vaak niet. Ze komen vaak uit China of Taiwan en kunnen radiogolven oppikken. Leg er maar eens een GSM telefoon naast en bel die maar eens op, 10 tegen 1 dat je het opzetten van de verbinding hoort. Ook nu geldt weer : dit is een probleem van de consument. Agentschap Telecom komt wederom niet in actie als je belt. Ook mijn PC-speakers waren gevoelig voor radiogolven en de enigste oplossing daarbij was ontstoren. Voor een paar eurocent kunnen er kleine condensatoren in de speakers gezet worden (vaak zitten de montage gaten er al voor op het printplaatje maar worden ze uit kosten overwegingen weggelaten) waardoor de brom in elk geval minder wordt, zo niet helemaal verdwijnt.

Hoe ga jij met klachten om?

Ik kan me voorstellen dat mensen het moeilijk vinden hun beklag te doen. Zeker als de aard van de storing niet helemaal duidelijk is en men vermoed dat het door mijn antenne komt. Ik hanteer de regel; “Ben je beleefd tegen mij? Dan ben ik het ook tegen jou”. Oftewel, komt u al scheldend aan de deur, dan is de kans heel groot dat ik na een beleeft “goedendag” de deur voor je neus dicht doe. Belt u mij echter op (mijn telefoon nummer staat gewoon in de telefoongids) of komt u aan de deur met de vraag of ik eens mee zou willen komen om te kijken of luisteren omdat u een storing waarneemt, zal ik zeer waarschijnlijk even meelopen om te kijken, te luisteren en/of een helpende hand uit te steken (noaberschap zoals we dat hier in Twente graag zien en doen).

Klein intermezzo : Ik heb het al eens meegemaakt dat een buurtbewoner aanbelde om te vragen of ik wou even wou kijken naar een storing. De beste man had rare geluiden op zijn PC luidsprekers en hij vermoede dat het aan een uitzending van mij lag. Na een snelle controle bleek de beste man radio te luisteren via het internet en waren er een paar buffer underruns geweest (te weinig data ontvangen om een zonder hikken te kunnen luisteren). Het feit dat ik beneden op de bank TV zat te kijken (8 uur journaal was halve wege) toen hij aanbelde en ik dus niet eens aan het uitzenden was, werd hem na analyze van het probleem in eens duidelijk (met schaam rood op zijn wangen).  Conclusie : als ik op de bank TV zit te kijken ben ik niet aan het uitzenden.

Maar in de voorwaarden van mijn registratie staat dat ik als zendamateur medewerking dien te verlenen om de storingen te verminderen of op te heffen. In de machtigingsvoorwaarde staat daarover het volgende:

13.1.2 Opheffen van storingen

Het uitzenden van elektromagnetische straling kan voor andere elektrische apparatuur in de omgeving aanleiding zijn niet naar behoren te werken. Indien de radiozendamateur hiervan op de hoogte wordt gesteld kan hij zich niet onttrekken aan de verantwoordelijkheid hiervoor, ook niet met het argument dat hij toestemming heeft zendapparatuur te gebruiken op grond van een met goed gevolg afgelegd examen. Hij dient daarom mee te werken aan het vinden van een oplossing waarbij de gevolgen van de storing worden vermeden of op zijn minst worden geminimaliseerd.

Als u denkt dat u storing hebt die door mij veroorzaakt wordt, spreek me dan gewoon aan. Leg u probleem uit en laat indien nodig mij even kijken of luisteren naar de storing. Ik zelf vind het maar al te vervelend dat ik mogelijk overlast veroorzaak en wil best kijken of ik mogelijk iets kan doen om het te verhelpen. We zijn allemaal gebaad bij een goedeverstandhouding met onze buren. Natuurlijk hoef ik niet de veroorzaker te zijn, maar ik kan wel dingen uitsluiten. Ik kan b.v. assisteren en adviseren bij bijvoorbeeld het vervangen of aanpassen van de bekabeling van radio- en TV-toestellen. Ook kan ik bijvoorbeeld mijn uitzendingen tijdelijk staken of het vermogen dat ik legaal mag produceren verminderen of zelfs alles tijdelijk afkoppelen en uitzetten.

Mocht de storing er dan nog zijn, dan weet u dus dat het niet aan mijn antenne kan liggen. Op die manier kunnen misverstanden uit blijven en wordt het tijd om AT in te schakelen. Medewerkers van AT kunnen veel beter metingen doen dan wat ik zou kunnen om zo een duidelijke oorzaak te kunnen vinden.

Het kan ook voorkomen dat de storing optreed in apparatuur die niet voldoen aan de huidige normen. Dit gebeurt meestal bij sterk verouderde apparatuur, welke niet hoeven te voldoen aan de nieuwste regel. Voor deze apparatuur geld voor deze regels geen terugwerkende kracht. Als gevolg daarvan kan een medewerker van het AT zeggen “helaas meneer/mevrouw, maar uw apparatuur is te oud om nog storings-vrij te kunnen werken. U zult de storing moeten accepteren, of uw apparatuur moeten moderniseren.”. U kunt overigens op geen enkele manier eisen dat ik ga betalen voor de kosten die er gemaakt moeten worden, iedere claim wordt door mij resoluut afgewezen.

Ter info : De VERON (Vereniging Experimenteel Radio Onderzoek, een club speciaal voor zendamateurs) heeft een technisch document met veel informatie (klik hier om dit document te openen).

En als de storing wel bij jou vandaan komt?

Om een goede verstandhouding met de buren te kunnen houden, kan ik ook assisteren en adviseren bij bijvoorbeeld het vervangen of aanpassen van de bekabeling van radio- en TV-toestellen. Vaak zijn te lange kabels en kabels van onvoldoende kwaliteit de oorzaak van deze storingen. Mocht dit geen soelaas bieden, kan ik mijn uitzendingen tijdelijk staken of het vermogen dat ik legaal mag produceren verminderen. Mocht ook dit geen verbetering brengen, dan wordt het tijd om AT in te schakelen. Medewerkers van AT kunnen veel beter metingen doen dan wat ik zou kunnen om zo een duidelijke oorzaak te kunnen vinden.Het kan ook voorkomen dat de klager zijn spullen niet voldoen aan de huidige normen. Dit gebeurt meestal bij sterk verouderde apparatuur, deze hoeven niet te voldoen aan de nieuwste regeltjes, er geld voor deze regeltjes geen terugwerkende kracht. Als gevolg hiervan kan AT tegen de klager zeggen “helaas meneer, uw apparatuur is te oud om nog storings-vrij te kunnen werken. U zult de storing moeten accepteren, of uw apparatuur moeten moderniseren.” De klager kan op geen enkele manier eisen dat ik ga betalen voor de kosten die er gemaakt moeten worden, iedere claim wordt door mij resoluut afgewezen.Op de site van de VERON (Vereniging Experimenteel Radio Onderzoek, een club speciaal voor zendamateurs) staat een technisch document met veel informatie. Dit document is te downloaden (Klik hier om dit document te openen). Hierin staat wat een klager zelf ook kan doen.

Maar wat kun je (of ik zelf) dan doen tegen de storing?

Dat hangt er helemaal vanaf waar de storing optreed. Als PC-speakers brommen, kan ik deze eventueel proberen te ontstoren met van condensatoren. Dit zijn kleine elektronica-onderdelen die in de speakers gesoldeerd kunnen worden. Hierdoor is het brommen vrijwel altijd verdwenen maar de speakers zullen wel opengemaakt moeten worden. Hierdoor zou de eventuele garantie vervallen. Nu is dit bij PC-speakers geen probleem, maar wel bij bijvoorbeeld een peperdure geluidsinstallatie.

In dat geval kan de bekabeling worden voorzien van zogenaamde ferriet-kralen die om de kabels heen worden geklemd. Mogelijk kun u de bekabeling ook vervangen voor een beter afgeschermde soort. Mogelijk is de apparatuur niet aangesloten op een geaard stopcontact en ligt daar wel het probleem.

Zoals u ziet, storingen zijn er in vele vormen en kunnen in allerlei apparatuur optreden. De oplossing om storingen weg te werken kunnen heel divers van aard zijn en zijn dan ook afhankelijk van de situatie.

De antennes? Wat zijn dat voor merken?

De antennes op de mast bestaat eigenlijk allemaal uit zelfgebouwde antennes. Hoewel er veel fabrieks antennes te koop zijn, is zelfbouw van antennes een leuk onderdeel van de hobby. Deze antenne’s zijn gebouwd volgens beproefde ontwerpen en afgesteld met goede meet appratuur. Het kan dus ook zo maar zijn dat er in eens een ander model antenne in zit.

Maar wat doe je dan precies?

Een antenne: “Ja, daar woont een zendamateur, maar verder weet ik het ook niet?”. Veel zendamateurs beleven hun hobby op hun eigen manier, de ene vind het leuk om te knutselen aan zenders/ontvangers/antennes, de andere vind het leuk om een praatje te maken (dat noemen we een QSO) waarbij het in het algemeen over de techniek gaat.  Ik zelf vind het uitzoeken en knutselen de interesante kant maar ook het maken van verbindingen en dan liefst zover mogelijk en met zo min mogelijk vermogen.

Mocht je nou meer informatie willen hebben over zendamateurisme of ben je gewoon benieuwd wat voor zendapparatuur hier staat, kijk dan gerust eens rond op deze website in de rubriek ‘HamRadio’  (klik hier om te openen) en/of op de site van de VERON (Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek Nederland) waar brouchures en diverse video’s te vinden over zendamateurisme (klik hier om te openen).

Mocht je vragen hebben dan kun je die ook stellen via E-mail of kom gewoon eens langs om het te vragen of als je meer over deze hobby wilt weten. Ik zal dan proberen in zo helder mogelijke taal uit te leggen wat deze hobby precies inhoud en wat er hier precies allemaal draait.

Ook kan het zo maar voorkomen dat je me tegen komt in in de natuur al waar ik een tijdelijke antenne op opgesteld met daar aan een kleine zendontvanger. Een mooie gelegenheid om zendamateurisme in het wild te zien (klik hier om te openen).

Ik heb een scanner en/of wereld ontvanger! Kan ik jou horen?

Scanners, tja, eigenlijk overbodig geworden sinds de komst van C2000 maar nog altijd prima te gebruiken om gesprekken me te luisteren van PMR portofoon, luchtvaart, evenement beveiligingen etc. een overzicht van deze frequenties kun je b.v. vinden op de website van PC5E (klik hier om de pagina te openen). Maar, als je een goede scanner hebt, kun je signalen van mijn antenne oppikken en beluisteren. Omdat ik op diverse frequenties werk en ook nog vaak met verschillende modussen anders dan FM, wordt het echter wel lastig mij te vinden. Ook de tijd wanneer en voor hoe lang ik achter de hobby zit is verschillend. Dit zelfde geld natuurlijk ook voor de wereldontvangers waarmee je de HF banden kunt afstruinen.

Ik heb nog meer vragen!

Ik zou zeggen, kom eens langs, bel aan en ik zal het je allemaal met plezier latej zien en uitleggen.

Erik, PA0ESH